OOOC Jacob Jordaens

Elegast heeft drie onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra of kortweg OOOC’s. OOOC Elegast-Potgieter was de eerste, opgericht in 1978. Zoals de naam reeds doet vermoeden, biedt een OOOC drie werkvormen aan, namelijk onthaal, oriëntatie en observatie. Het is de Jeugdrechtbank of het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg, die beslist volgens welke werkvorm de jongere bij Elegast in begeleiding komt. Jaarlijks komen er 280 jongeren in één van de drie OOOC’s van Elegast terecht.

Een eerste mogelijkheid is onthaal. Onthaal mikt op jongeren, die zich in een acute crisissituatie bevinden en niet langer thuis kunnen blijven. Deze werkvorm is van korte duur. Zodra een aangepaste verblijfplaats gevonden is, verlaat de jongere het centrum. De achterliggende gedachte is om op korte termijn een veilige verblijfplaats aan te bieden. Er volgt geen bijkomend onderzoek.

Een tweede mogelijkheid is oriëntatie. Oriëntatie wordt gevraagd naar aanleiding van een bepaald probleem, hetzij probleemgedrag van de jongere zelf, hetzij een problematische opvoedingssituatie. Oriëntatie geeft de dienst tot 60 dagen de tijd om het probleem multidisciplinair te schetsen en een advies te formuleren over wat in die bepaalde situatie de beste oplossing is.

De laatste mogelijkheid is observatie. Het verschil met oriëntatie ligt voornamelijk in de duur van de maatregel. Bij observatie heeft de dienst tot 120 dagen de tijd om het multidisciplinaire onderzoek af te ronden. Deze uitgebreidere vorm van onderzoek wordt voornamelijk gevraagd wanneer er veel onduidelijkheid is over de probleemdefiniëring.
De oriëntatie of observatie kan elk op twee manieren verlopen: ambulant (de jongere blijft thuis, maar komt op gesprek) of residentieel (de jongere logeert in het centrum). Dit is een beslissing van de verwijzer.

De belangrijkste doelstelling in de loop van de oriëntatie en observatie is een zo integraal mogelijk beeld schetsen van de jongere en zijn omgeving. Om een adequaat advies te kunnen formuleren over welke oplossing voor de jongere ideaal is, heeft hij gesprekken met psychologen, maatschappelijk assistenten en groepswerkers. Een mogelijk advies kan zijn dat de jongere na de OOOC-periode gewoon terug naar huis kan, een dagcentrum moet bezoeken, naar een andere instelling doorverwezen wordt enz.