Herstelgerichte Constructieve Afhandeling

Achtergrond
De wetswijzigingen van 15 mei en 13 juni 2006 wijzigden de wet op de jeugdbescherming van 1965 fundamenteel en gingen vanaf 1 april 2007 definitief van kracht. Een aantal maatregelen werden in een wettelijk kader gegoten. Deze maatregelen vallen onder de dienst Herstelgerichte en Constructieve Afhandeling, afgekort HCA.

Voor het gerechtelijk arrondissement Antwerpen organiseert Elegast-HCA de opvang en begeleiding van jongeren tussen twaalf en achttien jaar, die een als misdrijf omschreven feit (MOF) pleegden. Jaarlijks worden meer dan 650 minderjarigen aangemeld op deze HCA-dienst.
De dienst Elegast-HCA zorgt voor de uitwerking van de dienstverlening, de vorming, de herstelbemiddeling en de hergo.

Visie
Hoewel de afhandelingsvormen elk hun eigenheid hebben, zijn er een aantal duidelijke principes die aan de 4 afhandelingsvormen ten grondslag liggen en als een rode draad doorheen de uitwerking ervan lopen. De verschillende principes zijn complementair en vormen de basisvisie van waaruit de maatregelen uitgewerkt worden.

Eén van de belangrijkste principes is de constructiviteit van de maatregelen. De maatregelen zijn geen sancties in de strikte zin van het woord. De maatregelen beogen geen leedtoevoeging maar hebben in eerste instantie een herstellend en pedagogisch karakter. Afhankelijk van de afhandelingsvorm ligt de nadruk meer op het herstellend of pedagogisch karakter.

Daarnaast wordt, in overeenstemming met de rechten van het kind en decreet rechtspositie van de minderjarige, aan de betrokken actoren - binnen de limieten van het gerechtelijk mandaat - de nodige inspraak gegeven. De partijen worden uitgenodigd tot actieve participatie. De maatregel is geen passief gebeuren maar nodigt de jongere en eventuele andere participanten uit tot reflectie en actie. Er wordt met andere woorden een actieve inspanning gevraagd om zijn gedrag om te buigen. Dit laat verwachten dat de jongere meer inzicht verwerft op de waarden en normen van de samenleving, in de eigen problematiek en de eigen omgeving. Motiverend werken is hierbij onontbeerlijk.

Het is duidelijk dat de jongere vanuit deze actieve participatie voor zijn verantwoordelijkheid geplaatst wordt ten aanzien van het welzijn van de betrokkenen en zijn toekomst. Deze responsabilisering van de jongere omvat een valoriserend element: de jongere wordt als verantwoord lid van de samenleving gehandhaafd. De jongere wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn daden, maar krijgt de kans deze, via de maatregel, op een constructieve manier terug goed te maken. Dit zal de sociale (her)integratie van de jongere bevorderen.
Daarnaast wordt getracht de jongere opnieuw aansluiting te laten vinden met zijn onmiddellijke netwerken, wat op zijn beurt de banden met de maatschappij versterkt.

Tot slot wordt bij de uitwerking van de maatregel een beroep gedaan op de eigen capaciteiten van de jongere. Bij eventuele tekorten in vaardigheden wordt hier de nodige aandacht aan gegeven. Op die manier wordt emancipatorisch gewerkt en wordt de jongere gestimuleerd tot zelfstandigheid in de toekomst.

Doelgroep
We werken met jongeren die een ”als misdrijf omschreven feit” hebben gepleegd. Deze jongere heeft een leeftijd tussen 12 en 18 jaar. De jongere woont binnen het gerechtelijk arrondissement Antwerpen. Hij wordt doorverwezen via parket of jeugdrechtbank.

 

Met steun van: