HCA Dienstverlening

Achtergrond
De dienstverlening is de herstelgerichte en constructieve maatregel die als eerste werd toegepast. Rond 1990 hadden jeugdrechters voor een jongere die een MOF (als misdrijf omschreven feit) pleegde, naast een plaatsing in een gemeenschapsinstelling en een berisping, maar weinig mogelijkheden. De dienstverlening vulde deze leemte. In deze periode kende het gerechtelijk arrondissement Antwerpen ook een stijging van de jeugdcriminaliteit, waarop deze nieuwe maatregel een gepast antwoord kon bieden.

De jongere wordt door deze maatregel in het thuismilieu behouden. De jeugdrechter wil hem, door het opleggen van een dienstverlening, op zijn verantwoordelijkheid wijzen. De jongere moet zelf tonen dat hij de aangerichte schade op symbolische wijze wil herstellen.

Tevens krijgt de jongere door het opleggen van deze maatregel van de maatschappij een duidelijk signaal dat jeugdcriminaliteit door onze samenleving niet getolereerd wordt.
Een dienstverlening is een werkproject. De jongere investeert vrije tijd in gemeenschapswerk. Zo kan hij de aangerichte schade aan de maatschappij symbolisch herstellen en wordt hij van zeer nabij geconfronteerd met de gevolgen van zijn daden en de gevolgen ervan voor anderen.

Hoe verloopt een dienstverlening?
Wanneer een jongere door de jeugdrechter aan Elegast-HCA voor een dienstverlening wordt doorverwezen, wordt die jongere samen met de ouders voor een kennismakingsgesprek op de dienst uitgenodigd. Op basis van dit gesprek wordt een geschikte werkplaats gezocht. Bij het zoeken naar een geschikte werkplaats wordt rekening gehouden met meerdere factoren. Uiteraard worden de feiten in overweging genomen. Indien mogelijk wordt de uitvoering van de dienstverlening gekoppeld aan de aard van de feiten. De jongere ervaart op die manier waar de maatschappelijke grenzen liggen en krijgt zo meer respect voor anderen. Ook wordt rekening gehouden met de opleiding en interesses van de jongere. De dienst tracht hem een positieve ervaring mee te geven in een sector die hem interesseert. Ook belangrijk is dat er steeds op zoek gegaan wordt naar een werkplaats waar de jongere op zelfstandige basis naartoe kan gaan. De maatregel wil de jongere alle verantwoordelijkheid geven, zodat hij de maatregel op zelfstandige basis kan uitvoeren. De jongere moet tijdens het werk ook zelf initiatief en verantwoordelijkheid opnemen. Op de werkplaats wordt een positieve houding en een goede inzet verwacht. De dienst houdt steeds rekening met de beperktheden van de jongere. Indien de jongere een bepaalde problematiek heeft, zal dit mee de zoektocht naar een geschikte werkplaats bepalen.

De jongere krijgt door de uitvoering van een dienstverlening de kans zijn relatie met de maatschappij te herstellen. Het is een maatregel die op positieve wijze wil interveniëren in het leven van de jongere. Het wil de jongere sturen in een positieve richting en wil kans op herval tot een minimum herleiden.

Tijdens de uitvoering van de dienstverlening worden zowel de jongere als de werkplaats door de dienst opgevolgd en begeleid. Op het einde gebeurt een beoordeling en wordt de verwijzer over het verloop van de dienstverlening geïnformeerd.

De wetgeving laat toe dat jongere bij een voorlopige maatregel (bij beschikking) een dienstverlening van maximum 30 uren kan uitvoeren, bij een definitieve maatregel (bij vonnis) is dit maximum 150 uren.

Kortom: De dienstverlening wil op gepaste wijze reageren op een als misdrijf omschreven feit, door een jongere gepleegd, om zo de grenzen van de maatschappij aan te geven, de jongere de kans te geven zijn fout(en) te herstellen en de jongere de kans te geven zich op positieve wijze te herintegreren in de samenleving.

 

Met steun van: